Het is niet moeilijk te begrijpen dat in deze relatie de dominant – volgende positie terugkomt: de ondersteunende persoon zal zich in de dominante positie bevinden.
In de basis vindt hier de overdracht plaats van bepaalde tradities die zich in de loop der tijd hebben gevormd. De ondersteunden partij reikt deze tradities onbewust aan en de hulpbehoevende kant leert deze tradities onbewust aan. De tradities worden als het ware tussen neus en lippen doorgegeven. Het kan best zo zijn dat ze ondersteunt worden (de tradities) door verbale taal, maar het echte leren vindt onbewust plaats. De gedragsregels worden doorgegeven die voor discipline (en orde) in de groep zorgen. Hoe je je ten opzichte van elkaar dient te gedragen (de gedragsregels) weerspiegelen ook voor een groot gedeelte het ethisch aspect van de samenwerking: het reguleert het gedrag, bepaalde zaken zijn onderling toegestaan en andere gedrag wordt gezien als bedreiging voor het voortbestaan van de groep.
Op individueel niveau is het de kunst om de relatie ter discussie te durven stellen. Om op relationeel niveau te kunnen praten zal men zich open moeten stellen. Dit zal (onbewust) openheid van de andere kant tot gevolg hebben, waardoor men onbewust bouwt aan de relatie. Het bouwen van een relatie zal tot gevolg hebben dat men zich over en weer steeds meer verantwoordelijk voor elkaar zal gaan voelen. Deze wederzijdse verantwoordelijke opstelling zal nog meer onderlinge verbondenheid tot gevolg hebben.